Les 1
Tekst 1: Ser ou nao ser? Muito prazer
Persoonlijk voornaamwoorden en tegenwoordige tijd van ser.
Het lidwoord
Het meervoud
Het geslacht, mannelijk of vrouwelijk
Bevestigen, vragen, ontkennen
Korte antwoorden
Tegenstellingen
Tekst 2: E facil?
Oefeningen
Les 2
Tekst 1: Ter ou nao ter? No hotel
De tegenwoordige tijd van ter en vir
De voorzetsels
Voorzetsels met lidwoorden
De telwoorden
Hoe laat is het?
Tijdsaanduiding
Landen, nationaliteiten, talen
Tekst 2: A que horas?
Tekst 3: Gente (luistertekst)
Oefeningen
Les 3
Tekst 1: Ser ou estar? No telefone
De tegenwoordige tijd van estar, dar, en ir
Het gebruik van ser en estar
Het gebruik van estar com
Ser of estar. Voorbeelden
De vragende voornaamwoorden
Het gebruik van E que....?
Aan de telefoon
Beroepen
Tekst 2: Fome ou sede?
Tekst 3: Como vai?
Oefeningen
Les 4
Tekst 1: Transporte e comida
De tegenwoordige tijd van achar
Werkwoorden op -ar
Het werkwoord ir met voorzetsels
Het werkwoord tomar
Het voorzetsel por
De aanwijzende voornaam woorden
De rangtelwoorden
De dagen van de week.
Tekst 2: O transito
Oefeningen
Les 5
Tekst 1: Paulo no Rio de Janeiro
Voorzetsels met aanwijzende voornaamwoorden
Het gebruik van muito en pouco
De trappen van vergelijking I
De maanden en de jaargetijden
Tekst 2: De manha, numa padaria
Tekst 3: Chove chuva
Oefeningen
Les 6
Tekst 1: Na Praia
De bezittelijke voornaamwoorden
De toekomende tijd met ir
De trappen van vergelijking II
De werkwoorden andar en ir
Het gebruik van ter que en ter de
Het gebruik van a gente
Gevoelens uitdrukken
Tekst 2: Uma empresa brasilieira
Oefeningen
Les 7
Tekst 1: Uma conversa no bar
De tegenwoordige tijd van beber en abrir
Werkwoorden op -er
Werkwoorden op -ir
Estar met -ando, -endo, -indo
Het gebruik van bom en mau
De menukaart
De familie, het gezin
Tekst 2: A familia
Oefeningen
Les 8
Tekst 1: Viajando pela Bahia
De tegenwoordige tijd van por
Werkwoorden op -or
Het werkwoord haver I
De onbepaalde voornaamwoorden
Het gebruik van tao en tanto
Het gebruik van para en por
Richtingen
Adressen
Brazilie op internet
Tegenstellingen II
Kleding
Tekst 2: Mais compras ainda?
Oefeningen
Les 9
Tekst 1: Numa cidade grande
Tekst 2: Na agencia de viagens
Tekst 3: Na farmacia
Tekst 4: Na banca de jornal
Oefeningen
Les 10
Tekst 1: Onde fica?
Onregelmatige werkwoorden op -er
De bijwoorden van plaats
Geld en bankzaken
Het werkwoord ficar
Het werkwoord fazer
Het gebruik van poder en saber
De werkwoorden brincar, jogar, en tocar
Tekst 2: A empregada domestica
Oefeningen |